Er is meer dan de weegschaal alleen!
Bij het afslanken gaat het vooral om vetverlies, niet om gewichtsverlies. In de meeste gevallen zullen deze twee hand in hand gaan, maar dat is niet altijd zo. Begin je net met krachttraining en gezond eten, dan wordt spiermassa die je mogelijk in eerdere crashdiëten afgebroken waren, weer opgebouwd, terwijl je al begint met vet verbranden. Het nettoresultaat kan zijn: hetzelfde gewicht of zelfs een paar kilo zwaarder! Ook kan het juist zo zijn dat je veel te weinig eet en daardoor wel gewicht verliest, maar dat is vooral water en spiermassa. Je wordt wel lichter, maar vetverlies treedt nauwelijks op. Het eenvoudigste middel om een redelijk betrouwbare indicatie te krijgen van je vooruitgang, is de wekelijkse combinatie van wegen en het meten van je tailleomtrek. Doe dit altijd op een vast moment van de dag en óf met kleding (niet al te dikke) aan, óf kleding uit. Doe je dat niet, dan zijn de metingen niet met elkaar te vergelijken. Je kunt jezelf het beste op een vaste ochtend wegen en meten, direct na het opstaan, na een toiletgang en voor het ontbijt. Er zit dan nog geen voedsel in je maag, iets wat je anders ten onrechte zou kunnen verwarren met vet (je tailleomtrek wordt door de dag heen groter door de toegenomen maag- en darminhoud en slinkt 's nachts weer).
Het gebruik van het meetlint is ontzettend belangrijk, omdat de weegschaal alléén een zeer vertekend beeld kan geven. Bijv.: je traint nu twee maanden (3x/week 45 min. krachttraining, aangevuld met 2x/week 30 min. cardio direct na de krachttraining) en je bent stapsgewijs meer, regelmatiger en gezonder gaan eten. Hiervóór had je in een half jaar met een 1000 kcal-dieet 20 kg verloren, maar je was blijven 'hangen' en ook nóg minder eten hielp niet meer. Gedurende de twee maanden ben je 2 kg zwaarder geworden en je tailleomtrek is met 5 cm afgenomen. Je hebt kleding van een maat kleiner moeten kopen en je ziet meer vorm in je lees verder




