Overgewicht: medisch en in cijfers gezien
Indien er een indicatie tot afvallen bestaat, verdient een verminderde inname van energie en verzadigd vet en een gelijktijdige toename van de lichaamsbeweging de voorkeur boven allerlei trendy diëten. Patiënten die niet landurig begeleid worden, komen binnen 1 jaar na afvallen al weer de helft van het eerder verloren gewicht aan. Dit zogenaamd jojo-effect is echter niet een gevolg van een veranderd basaalmetabolisme; het basaalmetabolisme past zich zowel aan verminderde als aan toegenomen energietoevoer snel aan door respectievelijk een verlaging of een verhoging. Waarschijnlijk speelt het psychologisch onvermogen om de beperkte energie-inname vol te houden de grootste rol.
Het streefgewicht, wanneer bereikt, kan alleen gehandhaafd worden indien men blijvend minder calorieën eet dan bij aanvang van het dieet aangezien het basaalmetabolisme tegelijk met het gewicht vermindert. De nadruk bij energie-reductie moet liggen op een minimalisering van de hoeveelheid verzadigde vetzuren, in ieder geval tot minder dan 10% van de totale energie-inname. Koolhydraten en eiwitten dienen respectievelijk 55 en 15% van de energie opname voor hun rekening te nemen. Maximaal 30% van de totale energie-inname mag uit vetten bestaan. Waarvan dus maximaal 1/3 verzadigd. Het bewuster omgaan met voeding is een belangrijke oorzaak van gewichtsafname.Wanneer de aanpasingen in het voedingspatroon gekoppeld worden aan toegenomen lichaamsbeweging, wordt het handhaven van de bereikte gewichtsreductie gemakkelijker.
(overgenomen met schriftelijke toestemming van:www.afslanken.com)




