wij nuchter zijn of enkele uren na de maaltijd. Bij een lage insulinespiegel is het hormoon glucagon namelijk erg productief, en dit hormoon zorgt voor de vrijmaking van vetten uit de reserves.
In de praktijk betekent dit dat u het best gaat sporten wanneer u nuchter bent of enkele uren na de maaltijd. Dit staat haaks op de aanbevelingen voor getrainde (top) sporters die geen gewicht hoeven te verliezen en die best nog een gesuikerde snack of drank nemen voor het sporten. Maar voor wie gaat sporten om extra vetten te verbranden, geldt dus de regel: als de insuline laag, is, is de vetverbranding hoog.
Ten tweede moeten de vrijgekomen vetten ook geoxydeerd of verbrand worden, dit wil zeggen: omgezet worden in energie. Hierbij spelen twee factoren een belangrijke rol: de intensiteit en de duur van de inspanning.
De spiercellen kunnen gedurende een inspanning immers
zowel vetten als koolhydraten verbruiken. Bij matige, lichteinspanningen die lang duren, zal de spier de voorkeur geven aan vetten als energiebron. Tijdens korte en intense inspanningen heeft de spier koolhydraten nodig en wordt de vetverbranding miniem. Daarom pleit de American College of Sports Medicine (ACSM) in verband met
vermageringsprogramma's voor uithoudingssporten als lopen, wandelen, fietsen, zwemmen enz. Ook spierversterkende oefeningen zijn nuttig gedurende een vermageringskuur omdat ze de opbouw van spiermassa bevorderen. En gespierde mensen verbruiken méér energie (calorieën) dan minder gespierde mensen met een zelfde lichaamsgewicht. De sterkte van de sportboefening moet voor iedere persoon individueel worden bepaald. De vuistregel is: kies voor
langzame maar langdurige sportbeoefening. Een uithoudingsprogramma moet minstens 3 oefensessies per week omvatten van telkens 20 tot 30 minuten aan 60 procent van de maximale hartslag (dit is een matige duurinspanning)
Als je dit artikel interessant vond en op de hoogte wilt blijven schrijf je dan in op onze
nieuwsbiefBelangrijkste keywords voor Hoe help sporten bij het afslanken? : energie, sporten, méér,  , verbruiken, inspanning, hormoon, overgewicht,
, vet, spier, gespierde, calorie&, reserves, ...